|
KINDERFYSIOTHERAPIE
De
kinderfysiotherapeut onderscheidt zich van de algemeen fysiotherapeut door de
specifieke kennis van kindgerelateerde aandoeningen en door kennis van de
invloed van groei en ontwikkeling. Na de opleiding fysiotherapie heeft de
kinderfysiotherapeut zich gespecialiseerd in het observeren, onderzoeken en
behandelen van kinderen. Hiertoe heeft de kinderfysiotherapeut gedurende een 3,5
jarige post-HBO-opleiding specifieke kennis en vaardigheden opgedaan met
betrekking tot het bewegend functioneren van het zich ontwikkelende kind,
mogelijke afwijkingen en adequate behandelvormen.
Waarom gaat een kind naar de
kinderfysiotherapeut?
Iedereen
heeft in zijn kinderjaren leren bewegen. Spelenderwijs ontwikkelen kinderen hun
zintuigen en motoriek. Motoriek is voor kinderen het middel om zichzelf en zijn
omgeving te leren kennen.
Meestal gaat
dat goed en bijna ongemerkt. Maar bij sommige kinderen duurt het langer of wijkt
de ontwikkeling af van wat gebruikelijk is. Een (ver)storing in de motorische of
sensorische ontwikkeling kan zijn weerslag hebben op andere facetten van de
ontwikkeling, zoals het sociaal en/of psychisch functioneren. Problemen in het
bewegend functioneren kunnen een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld van
het kind en daarom is het tijdig signaleren, diagnostiseren en behandelen van
motorische en/of zintuiglijke ontwikkelingsstoornissen is dus van groot belang.
Wat doet de
kinderfysiotherapeut?
Wanneer het
kind is doorverwezen naar de kinderfysiotherapeut vindt een intake plaats om
duidelijkheid te krijgen over de hulpvraag en gaat de kinderfysiotherapeut het
kind observeren en onderzoeken om een zo compleet mogelijk beeld van de
motorische mogelijkheden en het motorische niveau van het kind te krijgen.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van observatielijsten en gestandaardiseerde
tests.
De
kinderfysiotherapeut houdt rekening met leeftijd, aandoening, ontwikkelingsfase
en omgevingsfactoren, die het bewegingsgedrag beïnvloeden.
Om een zo
compleet mogelijk beeld van de motorische vaardigheden te krijgen, wordt vaak
informatie ingewonnen bij ouders, school, verwijzer en eventueel andere bij het
kind betrokkenen.
De
kinderfysiotherapeut bespreekt de bevindingen van de observatie en het onderzoek
met de ouders/verzorgers en eventueel met de verwijzer en stelt zonodig een
behandelplan op, waar binnen de behandeldoelen en evaluatiemomenten in onderling
overleg worden aangegeven. Over de uitkomst van het onderzoek en het verloop van
de eventuele behandeling wordt schriftelijk verslag uitgebracht aan de verwijzer.
De
kinderfysiotherapeut betrekt de ouders/verzorgers en medeopvoeders, indien
gewenst, zodanig bij de behandeling dat zij inzicht krijgen in de problematiek
van het kind. Hierdoor hebben zij meer mogelijkheden het kind in het dagelijks
functioneren te begeleiden.
Wie komen er bij een
kinderfysiotherapeut?
Indicaties bij baby's
Motoriek is
voor zuigelingen het middel om zichzelf en zijn omgeving te leren kennen. Een
(ver)storing in de motorische of sensorische ontwikkeling kan zijn weerslag
hebben op andere facetten van de ontwikkeling, zoals het sociaal en/of psychisch
functioneren. Tijdig signaleren, diagnostiseren en behandelen van motorische
en/of zintuiglijke ontwikkelingsstoornissen is dus van groot belang.
Bij
zuigelingen zijn er signalen die kunnen wijzen op motorische problemen.
Bijvoorbeeld:
Ook
chronische aandoeningen aan de luchtwegen of veel huilen kunnen een aanwijzing
zijn dat er iets aan de hand is. In veel gevallen zullen de artsen van het
consultatiebureau of de huisarts een rol spelen bij het signaleren van
dergelijke problemen. Vaak geldt: hoe eerder het kind behandeld wordt door een
kinderfysiotherapeut, hoe geringer de verstoring van de ontwikkeling van het
kind is.
Voorbeelden
van indicaties bij baby´s/peuters
-
Motorische ontwikkelingsachterstand
-
Aangeboren afwijkingen die de motorische ontwikkeling beïnvloeden
-
Asymmetrische zuigeling, voorkeurshouding, plagiocefalie/afplatting van het
hoofd
-
Huilbaby
-
Billenschuiver
-
Cerebrale parese (hersenletsel die opgetreden is voor/tijdens of na de
geboorte)
-
Spina
bifida (open ruggetje)
-
Pre-
en/of dysmature kind (te vroeg geboren kind/ te klein kind)
Indicaties bij jonge kinderen (4-6 jaar)
Jonge
kinderen die een verkeerde houding of motoriek aanleren, kunnen daar veel last
van hebben. Lichamelijk maar ook sociaal. Doordat ze bijvoorbeeld moeite hebben
met spelen op het schoolplein of in de gymles niet mee kunnen komen met
leeftijdsgenootjes. Bij elke leeftijd horen bepaalde motorische vaardigheden die
je onder de knie moet krijgen. Het is soms gewoon nodig dat je daarbij wat hulp
krijgt. Een kind dat ten gevolge van een ziekte of handicap in zijn bewegen
beperkt is, kan leren omgaan met zijn beperkte mogelijkheden en leren op een
aangepast manier optimaal te bewegen.
Voorbeelden
van indicaties bij het jonge kind
-
Motorische ontwikkelingsachterstand
-
Afwijkend looppatroon
-
Mentale
retardatie
-
Cerebrale parese (hersenletsel die opgetreden is voor/tijdens of na de
geboorte)
-
Lage of
hoge spierspanning (hypotonie / hypertonie)
-
Sensorische integratie problematiek
-
Orthopedische afwijkingen
-
Aangeboren afwijkingen die de motoriek beïnvloeden
-
Ademhalingsproblematiek( b.v. astma, cystic fibrosis)
-
Jeugdreuma
Indicaties bij oudere
kinderen (6-18 jaar)
Oudere
kinderen kunnen motorisch onhandig zijn of houterig bewegen, vaak hun evenwicht
verliezen en veel uit hun handen laten vallen. Ook kan een kind angstig zijn om
te bewegen, of een slechte of slappe lichaamshouding hebben. Een kind kan veel
moeite hebben met stilzitten, met schrijven of het tempo van de klas bijbenen.
Soms maakt het kind veel bijbewegingen of lijkt het achter in zijn motorische
ontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenoten. Kortom, bewegingsproblemen
kunnen veel invloed hebben op het welbevinden van en kind en het functioneren in
een groep.
Voorbeelden
van indicaties bij het oudere kind
-
Motorische ontwikkelingsachterstand
-
DCD,
Developmental Coordination Disorder
-
Mentale
retardatie
-
Cerebrale parese (hersenletsel die opgetreden is voor/tijdens of na de
geboorte)
-
Hersenletsel t.g.v. een ongeluk
-
Sensomotorische problemen
-
Sensorische integratie problematiek
-
Schrijfproblemen
-
Houdingsproblemen
-
Ademhalingsproblematiek (b.v. astma, cystic fibrosis, hyperventilatie)
-
ADHD en
pervasieve ontwikkelingsstoornissen
-
Jeugdreuma
-
Incontinentie
-
Orthopedische afwijkingen (b.v. afwijkende stand van de voeten, wervelkolom,
enkeldystorsie, herstel na gipsperiode/immobilisatie, pijn aan spieren en
gewrichten)
Samenwerking met ouders
Om iets te
leren is één keer in de week oefenen te weinig. Om iets te leren moet er veelal dagelijks geoefend worden. De
ouders zullen daarom zelf regelmatig moeten oefenen met het kind. De
kinderfysiotherapeut helpt hierbij. De ouders krijgen uitleg en oefentips en
samen worden de oefeningen “geoefend”.
Samenwerking
met andere disciplines
Problemen in
de ontwikkeling van het bewegend functioneren bij kinderen staan vaak niet op
zichzelf. Veelal zijn er problemen op meerdere terreinen, zoals op het gebied
van de cognitieve-, spraak/taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Zonodig zal
de kinderfysiotherapeut, met toestemming van de ouders/verzorgers, contact
opnemen met eventuele andere behandelaars of begeleiders, zoals huisarts,
kinderarts, orthopedagoog, ergotherapeut, logopedist, leerkracht en
onderwijsondersteunende instanties om de begeleiding zoveel mogelijk op elkaar
af te stemmen.
Hoe kom je terecht bij de
kinderfysiotherapeut?
een
kinderfysiotherapeut is vanaf 1 januari 2006 direct toegankelijk, dat wil zeggen
zonder tussenkomst van de huisarts. Leerkrachten kunnen dus direct naar ons
doorverwijzen. Door middel van een screening wordt bepaald of dit kind nader
kinderfysiotherapeutisch onderzocht moet worden of dat dit probleem liever aan
de huisarts voorgelegd dient te worden. Overigens doen niet alle verzekeraars
aan de DTF mee.
Ouders
kunnen ook via de huisarts doorverwezen worden naar onze praktijk.
Relevante
websites:
http:///www.NVFK.nl |